Zeil, zeiler, zeilst…

Een blogje over tempo, stoere verhalen en vooral loslaten…

Waarom kozen we eigenlijk voor een zeilreis en niet voor het gemak van een camper? Vertrekken wanneer je wil, stilstaan als je op de rem staat, gewoon binnen zitten om je te verplaatsen als het regent… Het lijkt toch een stuk makkelijker. Maar het misschien naïeve idee om één te zijn met de natuur deed ons de zeilweg inslaan. De rust en sereniteit van het blauwe water, de low footprint door de wind in de zeilen, het ontsnappen aan de files en het verkeer en op plekken komen waar geen wegen naartoe leiden… Een overdosis aan ‘vitamin sea’ én zalig zen zijn!

Gelukkig is naïviteit niet strafbaar. Want met onze beperkte zeilervaring bracht (en brengt) het zeilen zelf regelmatig de nodige stress met zich mee. Gaandeweg wordt dat alsmaar beter en omstandigheden waar we ons vroeger niet aan zouden wagen, gaan ons nu behoorlijk vlot af. Maar los daarvan heeft het nomadenleven aan boord ook wel haar scherpe kantjes. Niets lijkt nog vanzelfsprekend. Wat de dag van morgen brengt, hangt opeens af van weer en wind. Elke keer moet er gewikt en gewogen worden wat kan en niet kan. En dat is soms best lastig.

Gewoon je boeltje pakken en vertrekken als je zin hebt om verder te gaan is er niet bij. Je maakt soms een planning en als je de volgende keer kijkt is de weersvoorspelling opeens veranderd en moet de situatie opnieuw geëvalueerd worden. De dagen zijn soms lang als er een grote afstand overbrugd moet worden en de keren dat onze aankomsttijd overeenkomt met onze ETA (Estimated Time of Arrival) kunnen we op 1 hand tellen. Maar eens we op een nieuwe plaats aankomen, Puff veilig op haar ankerplekje of in de havenbox ligt en we achterover zakken met een drankje en de nieuwe omgeving in ons opnemen, komt dat zen gevoel zich wel een weg naar boven banen. En dan is het kwestie om dat gevoel zo lang mogelijk vast te houden.

Eén van de zaken waar we vaak tegenaan botsen is het tempo. Zodra we ergens aankomen lijkt de druk om verder te gaan op de één of andere manier alweer de kop op te steken. Zeker als er een langere tocht op het programma staat, worden de weersvoorspellingen alweer boven gehaald voor we goed en wel bekomen zijn van de vorige tocht. Alles draait direct om wind. Wind en golven. Als je me vraagt wat voor weer het wordt, dan kan ik je direct vertellen hoeveel knopen het gaat waaien, en uit welke richting. En als toemaatje krijg je er de verwachtte golfhoogte en het interval erbij. Maar of het lekker warm wordt? Of het zonnetje de ganse dag gaat schijnen? Geen idee… Het is iets waar zowel Kris als ik best wel mee worstelen. Veel vertrekkers die we de afgelopen maanden ontmoetten, lijken zo snel mogelijk verder te willen. Natuurlijk ben je wat gebonden aan de weer systemen die in de verschillende seizoenen de overhand nemen. Maar toch…Er heerst soms een ongedurigheid of onrust waar we ons vaak ook in laten meeslepen. De zeilers’ versie van de rat race? Zit het misschien gewoon in ons om altijd dat stapje verder te gaan? Ik weet het niet maar we voelen het toch vaak. Terwijl we dit net doen om aan die onrust te ontsnappen. We willen een stukje van de wereld zien en die wereld ligt niet enkel ten zuiden of westen van ons. Geleidelijk aan kunnen we het wel loslaten. Er zijn zoveel soorten mensen en evenveel soorten zeilers en reizigers. En wij zijn dus plakkers. We proberen bij aankomst het vervolg even te vergeten en in het moment te leven. Dat kleine duiveltje dat ons constant aanmaant om zo snel mogelijk weer verder te gaan zit nog steeds op mijn schouder en kan best irritant zijn. Maar we worden alsmaar beter in het negeren. Hoe langer we ergens blijven, hoe moeilijker dat wordt. En misschien maar best ook want anders komen we nergens.

Alles draait een beetje om het vinden van de juiste balans. Door het blijven plakken, missen we regelmatig een goed ‘weather window’. En dan wordt ons verblijf opeens ongewild nog een stukje verlengd terwijl de vertrekkriebel al serieus is beginnen jeuken. Ik kan het dan nog altijd niet helemaal loslaten en de frustratie speelt me dan parten. Maar anderzijds ontdekken we dan noodgedwongen onverwacht leuke plekjes in de omgeving, leren we de zeilers rondom ons wat beter kennen en zien we de kluslijst eindelijk wat inkorten (geen paniek, tegen de volgende halte is die alweer aangevuld, meestal met nog een paar bonuspunten erbovenop).

Het loslaten komt in veel aspecten. Druk en controle zijn één ding maar we moeten ook veel materiële zaken laten. Op zich is dat één van de makkelijke dingen. Puff is niet groot dus er kan ook niet zoveel mee. Eens we besloten hadden om te vertrekken ging het verbazingwekkend vlot om alle dozen van zolder te halen en spullen weg te doen. Leven met minder was voor ons ook één van de redenen om aan dit avontuur te beginnen. En heel eerlijk… als ik bij anderen aan boord ben moet ik toegeven dat ik best wel eens jaloers kan rondkijken naar de ruimte en het comfort die je op grotere schepen vindt en die wij soms moeten missen. Maar als puntje bij paaltje komt, hebben we eigenlijk alles wat we nodig hebben op onze 33 voeter. We worden ook alsmaar creatiever in het vinden of creëren van opbergruimte dus wie weet verschijnen er toch ooit wat spulletjes aan boord die ik heb moeten achterlaten en best wel mis .

‘Dematerialiseren’ dus. En hoewel we er toch ook voor moeten waken om Puff niet helemaal vol te stouwen en me niet af en toe te verliezen in hebbedingetjes, gaat het ons best wel goed af. Het niet-materiële loslaten is zoooooveel moeilijker. Eerst was er het afscheid thuis. De laatste weken en maanden voor vertrek waren zo druk dat we geen tijd hadden om hier veel bij stil te staan. Er was ook zoveel om naar uit te kijken. Maar eens het moment daar was, kwam het toch hard binnen. Emoties namen toch de bovenhand en ik had het opeens heel moeilijk om blij te zijn met dit nieuwe leven. Want wat heb je eraan als je het niet kunt delen? Je hebt – behalve elkaar natuurlijk- opeens niemand meer in je buurt die je door en door kent, waar je altijd bij terecht kunt om je hart uit te storten of gewoon bij te kletsen. Gelukkig is de wereld door alle social media heel klein geworden. En hoewel de knuffels en contacten virtueel zijn, houden we iedereen dicht bij ons via de vele mailtjes, smsjes, whatsappjes, telefoontjes en skypes. En nu we merken hoe iedereen thuis met ons meeleeft en met ons begaan is, is dat gewoon hartverwarmend.

Eenzaam zijn we in elk geval niet. Wat ik me bij ons vertrek niet kon voorstellen is hoe hecht de zeilers – en/of vertrekkersgemeenschap is. Dat iedereen voor elkaar in de bres springt bij noodgevallen wisten we wel. Maar ook als er geen noodgeval is, is de behulpzaamheid altijd aanwezig. Het gemak waarmee je mensen leert kennen is toch uniek. Daar mochten we thuis al even van proeven maar dat is verder van huis nog veel sterker. We krijgen ook nooit het gevoel dat we als beginnelingen de les gelezen krijgen. Mensen lijken ook niet te beroerd om toe te geven dat het bij hen ook wel eens fout loopt. Natuurlijk worden er tussen pot en pint ook stoere verhalen uitgewisseld. Maar daar doen we onbewust ook aan mee en ik veronderstel dat het ook helpt je zelfvertrouwen op te bouwen als je zelf ook eens wat meegemaakt hebt en dat kan delen. We zitten uiteindelijk allemaal in het zelfde schuitje en dat schept een band. Iedereen heeft zijn of haar redenen om dit te doen maar we zijn er allemaal voor gegaan en iedereen zoekt een manier om het leven aan boord zo prettig, comfortabel en veilig mogelijk te maken.

Intussen hebben we hier op korte tijd echte vriendschapsbanden gesloten. Het contact is intenser dan thuis waar we allemaal druk bezig zijn met werken en het gezin. Hier is er tijd voor elkaar. Je moet niet wachten tot je beiden eens een vrij weekend hebt om af te spreken. Er is altijd een mogelijkheid om te kletsen, samen op pad te gaan en leuke dingen te doen en elkaar beter te leren kennen. Maar omdat we allemaal zeenomaden zijn gaat iedereen op een bepaald moment ook weer zijn eigen weg op zijn eigen tempo. En dan moet je weer afscheid nemen. Soms weet je dat je elkaar binnenkort wel terug ziet, soms niet en dan hoop je dat onze wegen door kleine toevalligheden toch weer zullen kruisen. Maar het is nooit leuk en mensen loslaten valt me moeilijk.

Onze conclusie van dit verhaal: het idyllische leventje aan boord en het dagelijkse ‘dolce far niente’ is een illusie. Er zijn zoals overal ups en downs en je worstelt gewoon met andere zaken dan thuis. De controlefreak in ons (mij) laten gaan, ons neerleggen bij omstandigheden die bepaald worden door weer en wind, aanvaarden dat er altijd wel iets kapot gaat aan boord en die kluslijst nooit helemaal verdwijnt, altijd en overal het veiligheidsaspect in de gaten houden, soms ergens te lang blijven, soms niet lang genoeg, de steeds grotere fysieke afstand met vrienden en familie thuis een plaats geven, telkens opnieuw afscheid nemen.

Maar de momenten, plekjes en de mensen die we in ons hart koesteren stapelen zich intussen op. En hoewel we nu misschien minder materiële zaken en comfort hebben, voelen we ons daardoor zoveel rijker….

3 thoughts on “Zeil, zeiler, zeilst…

  1. Hallo Ingrid en Kris,
    ….. je kon het niet beter verwoorden, en ook al ben je meer dan 10 jaar onderweg, dat gevoel is er altijd ….
    Daarom zijn we ook zo blij met facetime (apple), skype, wattsapp en soms met een vliegtuig als het nodig is.
    We wensen jullie nog heel veel goede ervaringen toe ! Je hebt harstikke gelijk met je verhaal …
    Groetjes, Dico en Yvonne, …..de andere ‘PUFF’ the Magic Dragon

Leave a Reply to Petronella De Proost Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *